Een angststoornis is meer dan gewone spanning of zenuwachtigheid. Bijna iedereen voelt zich wel eens angstig, bijvoorbeeld voor een spannende situatie op school of werk. Maar bij een angststoornis is die angst zo sterk en zo vaak aanwezig, dat het je dagelijks leven ernstig belemmert. Je vermijdt situaties, je lichaam reageert hevig en je gedachten malen maar door. Dat is een heel ander verhaal dan gewone spanning.
Verschillende vormen van angst als stoornis
Er bestaan meerdere soorten angststoornissen, en ze zijn niet allemaal hetzelfde. De gegeneraliseerde angststoornis is er één van. Daarbij maak je je voortdurend zorgen over van alles, ook over dingen die anderen niet of nauwelijks bezighouden. Een andere bekende vorm is de paniekstoornis, waarbij iemand herhaaldelijk paniekaanvallen krijgt. Die aanvallen komen soms zomaar, zonder duidelijke aanleiding. Sociale angst is ook een vorm: daarbij is de angst voor andere mensen en voor situaties waarin je beoordeeld kunt worden zo groot, dat je contacten en activiteiten gaat mijden. Fobieën, zoals een sterke angst voor spinnen of voor hoogtes, vallen ook onder deze categorie. Al deze vormen hebben gemeen dat de angst niet in verhouding staat tot de werkelijke situatie.
Wat er in je lichaam en hoofd gebeurt
Angst is op zichzelf een normale reactie van je lichaam. Als je gevaar ervaart, zorgt je hersenen ervoor dat je klaar bent om te vluchten of te vechten. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt en je spieren spannen zich aan. Dit is nuttig als er echt gevaar is. Bij mensen met een angststoornis reageert het lichaam op die manier, zelfs als er geen echte dreiging is. De hersenen staan als het ware voortdurend op scherp. Dat kost heel veel energie. Mensen met chronische angstklachten zijn vaak uitgeput, slapen slecht en hebben moeite met concentreren. Ze kunnen ook lichamelijke klachten krijgen zoals hoofdpijn, buikpijn of een benauwd gevoel op de borst. Die klachten worden niet altijd meteen herkend als onderdeel van de angstproblematiek.
Oorzaken en risicofactoren
Het is niet altijd duidelijk waarom iemand een angststoornis ontwikkelt. Erfelijkheid speelt een rol: als angststoornissen in de familie voorkomen, is de kans iets groter dat je er zelf ook last van krijgt. Maar omgevingsfactoren zijn minstens zo belangrijk. Ingrijpende ervaringen, zoals een trauma, pesterijen of grote veranderingen in het leven, kunnen angstklachten veroorzaken of versterken. Ook langdurige stress op school, thuis of op het werk verhoogt de kans. Persoonlijkheid speelt eveneens mee: mensen die van nature meer piekeren of gevoeliger zijn voor prikkels, lopen een groter risico. Vaak gaat het om een combinatie van al deze factoren tegelijk, niet om één duidelijke oorzaak.
Behandeling en wat je zelf kunt doen
Gelukkig zijn angststoornissen goed te behandelen. De meest gebruikte behandeling is cognitieve gedragstherapie, waarbij je leert hoe je gedachten je gevoelens beïnvloeden en hoe je anders kunt omgaan met angstige situaties. Een belangrijk onderdeel is het stap voor stap opzoeken van wat je angst oproept, zodat je eraan went en merkt dat de situatie minder gevaarlijk is dan je dacht. Soms wordt daar medicatie bij ingezet, zoals antidepressiva die ook bij angst helpen. Naast professionele hulp zijn er dingen die je zelf kunt doen. Regelmatig bewegen helpt om spanning te verminderen. Voldoende slaap en een stabiel dagritme geven houvast. Bewust ademhalen en ontspanningsoefeningen kunnen een aanval helpen verzachten. Het helpt ook om niet alles te vermijden wat angst oproept, want vermijding maakt de angst op de lange termijn juist groter. Voor naasten is het waardevol om begrip te tonen en iemand aan te moedigen hulp te zoeken, zonder die persoon te pushen of te bagatelliseren wat hij of zij voelt.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn angst een stoornis is of gewone spanning?
Gewone spanning hoort bij het leven en verdwijnt meestal vanzelf als een situatie voorbij is. Bij een angststoornis blijft de angst aanhouden, ook als er geen directe aanleiding is. De klachten beïnvloeden je dagelijks leven: je vermijdt situaties, je functioneert slechter op school of werk, of je bent fysiek uitgeput. Als je je hier in herkent, is het verstandig om met een huisarts te praten.
Kan een angststoornis vanzelf overgaan?
Een angststoornis gaat zelden vanzelf over zonder dat je er iets aan doet. Soms verminderen klachten tijdelijk, maar zonder behandeling komen ze vaak terug of worden ze erger. Met de juiste begeleiding, zoals therapie of een combinatie van therapie en medicatie, herstellen veel mensen goed. Vroeg hulp zoeken maakt het herstel vaak makkelijker.
Kunnen kinderen ook een angststoornis hebben?
Ja, kinderen kunnen ook last hebben van een angststoornis. Bij kinderen uit zich dat soms anders dan bij volwassenen, bijvoorbeeld door buikpijn, driftbuien, klinken aan ouders of niet meer naar school willen gaan. Het is belangrijk om dit serieus te nemen en niet alleen te zeggen dat ze het er maar mee moeten leren omgaan. Een kinderpsycholoog of huisarts kan helpen om te beoordelen wat er aan de hand is.
Is er verschil tussen een paniekaanval en een angststoornis?
Een paniekaanval is een plotselinge golf van intense angst met lichamelijke klachten zoals hartkloppingen, benauwdheid en duizeligheid. Zo’n aanval duurt meestal een paar minuten tot een kwartier. Een paniekaanval kan ook iemand overkomen die geen angststoornis heeft. Wanneer iemand echter herhaaldelijk paniekaanvallen krijgt en daardoor situaties gaat vermijden of voortdurend bang is voor een nieuwe aanval, spreken we van een paniekstoornis, wat een vorm van een angststoornis is.

Comments are closed.